Volgen van kinderen

We werken met de observatiemethode KIJK. Dit is een meetinstrument waarmee we de ontwikkeling van jonge kinderen van 0 tot 4 jaar in kaart brengen. Uitgangspunt is om de kinderen te observeren tijdens spontane activiteiten, ze spelen met elkaar, met de pedagogisch medewerkers. Door gericht te kijken naar kinderen op deze momenten krijgen wij belangrijke gegevens over hun ontwikkeling. De van Ostade school en Al-Qoebaschool werken met KIJK en de pedagogisch medewerkers hebben trainingen hierin gehad en krijgen regelmatig bijscholing.

Zes weken nadat uw kind op de peuteropvang zit volgt er een nulmeting op basiskenmerken en taal. Dit wordt met u besproken. Er volgen oudergesprekken o.b.v. de geregistreerde observaties in KIJK na de maanden november en mei. Hierdoor komt er een afname van een CITO toets te vervallen.

Aan het eind van iedere registratie wordt er gekeken op welk gebied een kind meer ondersteuning nodig heeft, maar ook of het extra stimulans nodig heeft indien het  niveau hoger is. Blijkt dat dit nodig is dan wordt er, met behulp en met medewerking van de ouders, een behandelplan opgesteld voor het kind en een tutorprogramma of een extra stimuleringsplan aangeboden. Dit plan zal spelenderwijs uitgevoerd worden.

Na iedere registratie nodigen wij de ouders weer uit voor een oudergesprek. In dit gesprek worden de observaties besproken en de vorderingen en de ontwikkelingen van het kind, zowel op school als thuis. Dit gesprek duurt tien minuten en wordt in overleg met de ouders gepland. Wanneer uw kind 4 jaar wordt, vindt het eindgesprek plaats en wordt het kinddossier overgedragen aan de basisschool.

De oudergesprekken en de registraties van ieder kind, worden bijgehouden in een dossier dat meegaat naar de basisschool. De school kan dan zien hoe het kind zich ontwikkeld heeft en waar er eventueel extra aandacht nodig is.

 Vier-ogen principe

Het vier-ogenprincipe betekent dat er altijd iemand moet kunnen meekijken of kunnen meeluisteren in de groep. In de praktijk betekent dit dat er standaard twee bevoegde pedagogisch medewerkers met maximaal 16 kinderen op de groep. staan
Bij calamiteiten zoals ziekteverzuim of bij een lage opkomst van kinderen (maximaal 8) is er minimaal één bevoegde pedagogisch medewerker. Meer informatie vindt u in het informatieboekje.